Bonitatie

 De Tsjechoslowaakse Wolfhond - Bonitatieproef

Binnen diverse rasverenigingen worden fokgeschiktheidstesten afgenomen (op gebied van exterieur en gedrag) alvorens je met je hond kunt fokken. (Alleen wanneer de hond geslaagd is en je voor combinaties je aan het door de vereniging gestelde fokbeleid houdt, word je op een lijst van, door de vereniging erkende, fokkers geplaatst) Enkele verenigingen gebruiken als gedragstest de, inmiddels al wat omstreden, MAG test en andere verenigingen testvormen waarbij de hond in allerlei dagelijkse situaties geobserveerd wordt in zijn reactiepatroon.

Voor de beoordeling van het exterieur kan een rasvereniging een keuring aan de hand van de rasstandaard door een deskundige (= een voor het ras erkende keurmeester) laten doen, of eisen stellen aan bv. de tentoonstellingsuitslagen van een hond. Tot voor kort werden er in België en Nederland nog geen Bonitatieproeven georganiseerd, maar dat is nu veranderd. Enkele jaren gelden was het nog de verantwoordelijkheid en keuze van de eigenaar zelf of hij wel of niet met zijn hond wilde fokken. Nu wordt je als fokker toch verondersteld om met je teef (of dekreu) aan een Bonitatieproef deel te nemen.

In Tsjechië gebruiken ze de Bonitatie als keuring voor de fokgeschiktheid. Ook daar bestaat de test uit 2 delen: de beoordeling van het exterieur en een gedragsbeoordeling. Aan de hand van punten voor beide onderdelen, krijgt een hond zijn uiteindelijke algemene beoordeling (keuringscode: P1= uitmuntend, P3= zeer goed, P5= goed en P14= onvoldoende)

Honden kunnen eerst deelnemen aan een jeugdbonitatie, waar hun uiterlijk en gedrag beoordeeld wordt volgens de codering van het bonitatieformulier. Zij krijgen hiervoor een voorlopige bonitatie-uitslag. Als de honden wat ouder zijn kunnen zij aan de definitieve bonitatie deelnemen. Op de officiële bonitatie wordt wederom het uiterlijk en gedrag, volgens de codering van het bonitatieformulier, aan de hand van de ras standaard beoordeeld. Tevens worden dan ook de diverse lichaamsdelen letterlijk opgemeten.

Nadat alle honden de exterieurkeuring gehad hebben, wordt aan de gedragsbeoordeling begonnen. Een hond ligt dan aan een ketting met zijn baas naast hem en op ongeveer 30 meter afstand staan de beoordelaars. Dan komt de pakwerker naar de hond en maakt wat dreigende bewegingen (de hond mag dan uitvallen of negeren, maar nooit een vluchtreactie vertonen). Vervolgens lopen de baas en de pakwerker weg en ligt de hond alleen. Daarna wordt dezelfde oefening met de pakwerker herhaald en wordt er tegelijkertijd op 30 meter afstand geschoten met een alarmpistool (en weer mag de hond dan uitvallen of negeren, maar nooit een vluchtreactie vertonen)

 

Op zich is het een goede zaak dat er eisen aan fokdieren worden gesteld, zodat je ook op de rasspecifieke eigenschappen kunt selecteren. Aan de andere kant moet je bij een kleine genenpopulatie (zoals binnen het Nederlandse TsW bestand) ook weer oppassen voor een te strenge selectie. Want wanneer je binnen een kleine populatie alleen met een heel smalle fokbasis verder gaat, kun je wachten op genetische afwijkingen in de toekomst. Want behalve de gewenste genen, wordt ook de erfelijke aanleg voor ongewenste eigenschappen in het fokmateriaal geconcentreerd. Maar een mogelijke optie zou kunnen zijn om naast een fokselectie, ook als verbreding van het bestand, meer combinaties te maken met buitenlandse honden uit andere lijnen.

Het principe van de keuring is de beoordeling van het individu volgens de FCI-Standaard vanaf min. 15 maanden bij de teven en min. 18 maanden bij de reuen. Elke reu en elke teef krijgt van een commissie een beoordeling volgens een keuringscode. Een individu, dat geen fouten en geen afwijkingen volgens de Standaard bezit, krijgt een keuringscode die alleen uit de punten A, O en P bestaat (bv. A 63, Of, P1 betekent - Schofthoogte 63 cm, sanguinisch karakter, evenwichtig en uitmuntend in overeenstemming met de Standaard. De in de keuringscode andere genoemde punten, geven de afwijkingen van de Standaard aan en gelden als fouten. De belangrijkste code is de P, dit deel bepaald de totale beoordeling, met inbegrip van HD. De keuringscode moet ook de HD inhouden. De keuring is eigenlijk de belangrijkste gebeurtenis in het leven van een dier, dat voor de fokkerij zal worden ingezet. Voor de ontwikkeling van de fokkerij is de deelname van honden die niet voor de fokkerij bestemd zijn of bepaalde fouten bezitten, ook zeer belangrijk. Evenals het voorbrengen van jonge dieren in de leeftijd van 6-15 maanden. Hun keuringscode wordt voor de fokwaardering van de ouderdieren benut en de ontwikkeling van de verschillende nesten. De eigenaar kan hier vooral fouten in karakter signaleren, die men meestal tot voor de echte keuring nog kan corrigeren. Het voorbrengen van de jonge honden gebeurt op dezelfde dag als de officiële keuringen.
 
© Met dank aan Mijke van Heyningen
 

 

Copyright          Location         Sitemap