Voeding

  BDrgnJ

Pellets:

Door het voeren van pellets krijgen de baardagamen een constante bron van de juiste ingrediënten binnen. De jonge baardagamen evenals de kweekvrouwen krijgen hoogwaardiger voer dan volwassen baardagamen daar deze zwaarder belast worden met onder andere groeien en aanmaken van eieren.

Wij geven zelf de pellets van Marion Zoological en Repcal.

Supplementen

Voor een goede gezondheid hebben baardagamen vitaminen en mineralen nodig. Vooral vitamine D3 is zeer belangrijk voor de skelet opbouw en de eileg.

Het voedsel van de jonge dieren bepoederen wij dagelijks met vitaminepreparaten en/of calcium. Voor de volwassen dieren is 2 tot 3 maal per week poederen voldoende. Zieke volwassen baardagamen en drachtige baardagamen hebben 3 tot 4 maal per vitaminen en kalk nodig. Een aantal goede supplementen zijn Minerall, Absolute Calcium en voor de vitaminen Vitall (Dit poeder voert men aan de voedseldieren). Wij geven eveneens Sandfire Superfoods "Dragon Dust Growth Formula".

40302  Vitall  Minerall Indoor 

Dierlijk voedsel:

Jonge baardagamen eten veel dierlijk voedsel. Dit hebben ze nodig om goed te kunnen groeien. Het dierlijk voedsel voor jonge baardagamen bestaat uit krekels, kleine sprinkhanen, kleine dubia's, wasmotlarven, buffalowormen en zachte honden- of katten brokken. Als de dieren groter worden, kunnen ze ook grotere prooien eten zoals volwassen sprinkhanen, moriowormen, dubia's en nestmuizen.

Voor de jonge dieren is het het beste als ze dagelijks eten krijgen. Volwassen dieren hebben voldoende 2 á 3 keer per week dierlijk voedsel.

Let er bij jonge dieren op dat er niet teveel levend voor in het terrarium rond loopt. Het levend voer kan de dieren aantasten en het kan stress veroorzaken.

Wij voeren sporadisch krekels in verband met de onhygiënische kweekomgeving van diverse leveranciers. Wij voeren wel krekels van "De krekelkoerier".

Tevens voeren wij hoofdzakelijk eigen gekweekte (of bij collega baardagamen kwekers) voedseldieren.

Levend voer:

Kakkerlakken:

image001  image003
Blaberus Craniifer/ Fusca Blaptica Dubia

Voordelen:
-Makkelijk te kweken

-Makkelijke eters (alles eters)
-Erg voedzaam (door het vele vlees en omdat het alleseters zijn)
-Maken geen geluid
-Stinken niet
-Heeft geen legbodem nodig (kan wel met zemelen bewerkstelligd worden)
-Minimale vocht toedoening
-Niet plaag vormend
-Kunnen niet ontsnappen

Nadelen:
-Kweken gaat in begin langzaam

-Meeste mensen vinden ze "vies"

De huiskrekel, Acheta domestica:

Dit is een van de meest gevoerde voedseldieren. Ze zijn in verschillende maten te koop die allemaal een nummer hebben. Hoe hoger het getal hoe groter de krekel. De huiskrekel wordt ongeveer 2,5 cm groot en kan goed springen en heeft lange antennes. Ze zijn licht of donkerbruin gekleurd met een zwarte streep tussen de ogen, ook krekels hebben vleugels maar ze gebruiken deze zelden. Wij voeren deze zelden.

De huiskrekel komt oorspronkelijk uit Noord-Afrika.
Het verschil tussen de man en de vrouw is te zien aan het legboortje bij de vrouw, een soort lange stekel tussen de twee sprietjes (cerci) aan het achterlijf.
De krekels kunnen worden gevoerd met kippenvoer, katten- of hondenbrokken, brood visvoer of fruit (voor vocht). Ook gras kan gegeven worden, als men hier een touwtje om bindt kan men het gemakkelijk vervangen. Water kan gegeven worden doormiddel van vochtige watten of een spons.

Jonge Sprinkhanen in Opfokbak (9)De treksprinkhaan, Locusta migratoria 

Deze soort wordt in 2 vormen verkocht: als nimf en als volwassen dieren. De nimfen zijn oranje/zwart gekleurd en kleiner dan de meer beige volwassenen met een donkerbruine tekening en gevlekte vleugels.
De mannetjes worden ongeveer 4 cm en de vrouwtjes 6 cm groot.
Deze soort komt oorspronkelijk voor rond de Sahel tot in Azië en soms zelfs Zuid-Europa. Zij vormen hier regelmatig een plaag, waarbij een zwerm uit miljarden sprinkhanen kan bestaan die alles opeten wat ze tegenkomen.
De sprinkhanen kunnen gevoerd worden met bladgroen, hooi, fruit, gras, tarwe, rogge, gerst en brood met melk. Water is niet nodig.

De morioworm, Zophobas morio: Moriowormen zijn de larven van een kever uit Zuid- en Midden-Amerika. Moriowormen kunnen ongeveer 5 cm groot worden en na 8 weken verpoppen ze zich tot kevers. Moriowormen kunnen met hondenbrokken, vlees, groente en fruit worden gevoerd. Het beste kunnen ze ook iedere dag worden besproeid. De moriowormen kunnen het beste aan de baardjes gevoerMoriowormend worden wanneer ze net verveld zijn, ze zijn dan wit en zacht. Moriowormen worden aan volwassen baardagamen gevoerd. 

 Buffalo's (2)De Buffaloworm, Alphitobius laevigatus:

De buffaloworm is de larve van de buffalokever Buffalowormen hebben ook een lage voedingswaarde, maar missen verder de overige nadelen die meelwormen hebben.
Ze kunnen gevoerd worden met honden-, katten- knaagdierbrokken en fruit. Deze wormen worden alleen aan jonge baardagamen gevoerd, ga zo snel als men kan op groter voedsel over.

 Wasmotten (1)De grote wasmot, Galleria mellonella:

Hiervan worden de rupsen gevoerd. Deze voedseldieren kunnen met honing gevoerd worden.




Muizen van Chiwi's Mousery: Pinkies

Meestal worden hiervan de pinkies of terwijl de roze blinde jongen gevoerd. Hoe groter de muis hoe meer schade hij aan de baardagame kan toe brengen. Deze diertjes kunnen zelf niet meer gevoerd worden omdat ze eigenlijk nog aan de moedermelk zijn. Pinkies zijn zeer voedzaam.

Andijvie (4)Groente en fruit:

Groente en fruit voeren wij dagelijks aan onze jonge en volwassen dieren. Hoe ouder de dieren worden, hoe meer groente en fruit ze zullen eten. In de natuur eet een volwassen baardagame zelfs voor 90% aan groente en fruit en maar slechts 10% dierlijk voedsel. Met groente en fruit kan veel afgewisseld worden. Onze dieren vinden andijvie en paksoy erg lekker.

Broccoli, peterselie, spinazie en wortelen bevatten oxaalzuur. Oxaalzuur zorgt er voor dat het calcium niet meer kan worden gebruikt voor de skelet opbouw. Voer deze groenten dan ook met mate. Geef nooit Avocado’s, erwten en tuinbonen. Deze bevatten een gifstof.

Hieronder een lijst met wat voor groente, fruit, kruiden en kiemplanten, gevoerd kunnen worden.

(++= heel goed!)

kiemplanten:

  • erwten(plantje!) radijs
  • tuinkers mosterd
  • lijnzaad sojabonen
  • linzen taugé(veel vitamine B)
  • luzerneklaver zonnebloemen
  • raapzaad tarwe

Wilde kruiden:

  Grote weegbree(Plantago major)

  Smalle weegbree(Plantago lanceolata)

  Gewone ereprijs(Veronica chamaedrys)

  Madelief(Bellis perennis)

  Klein hoefblad(Tussilago farfara)

  Schapenzuring(Rumex acetosella)

  Muizenoor(Hieracium pilosella)

  Paardenbloem blad(Taraxacum officinale)(++)

  Gewoon duizendblad(Achillea millefolium)

  Muurpeper(Sedum acre)

  Dovennetels(Lamium-soorten)

  Vogelmuur(Stellaria media)

  Vogelwikke(Vicia cracca)

  Witte klaver(Trifolium repens)

  Rode klaver(Trifolium pratense)

 

Goede groente:

  Aardappel(geschild!)

  Andijvie

  Bleekselderij Bloemkool

  Boerenkool(++)

  Chinese kool(++)

  Courgette

  Paksoi(++)

  Prei

  Raapstelen(++)

  Rabarber

  Rode kool

  Savooie kool

  Sla: krop, los en ijsberg

  spitskool

  Spruiten

  Witte kool

  Witlof

 

Slechte groente:

  Wortels (bevatten wel Vit.A, dus met mate voeren)

  Broccoli

  Peterselie

  Spinazie

  Erwten

  Tuinbonen

Goed fruit:

  Aarbei

  Appel, ongeschild

  Aubergine

  Bananen

  Cactusvijg

  Dadels, droog

  Druiven

  Kiwi

  Kokos

  Komkommer

  Maïs

  Mandarijn

  Mango

  Papaja

  Paprika

  Pastinaak(++)

  Peer, ongeschild

  Perzik

  Pruimen

  Sperziebonen

  Tomaten

  Vijgen

  Watermeloen

 

Water

Natuurlijk hebben baardagamen ook water nodig. Jongen dieren sproeien wij tweemaal daags met water. Jonge dieren kunnen makkelijk verdrinken in een waterbakje. Daarom kiezen wij voor sproeien tot ze een lengte hebben bereikt van 15cm of groter. Als ze eenmaal groot genoeg zijn sproeien we de dieren twee maal per week en hebben ze een waterbakje in het verblijf staan welke elke dag van vers water wordt voorzien.

Uiteraard moet er ook altijd bij volwassen baardagamen een bakje water aanwezig zijn, ook al drinken de dieren liever de water druppeltjes die zich na het sproeien aan de wanden bevinden. Als de ruimte het toelaat is een water bassin ook een leuke aanvulling voor het terrarium, als de dieren hier eenmaal aan gewend zijn, dan zal men ze vrij regelmatig een bad zien nemen. Het is aan te raden om het water elke dag te verversen, in ieder geval zeker om de dag, omdat zand en bacteriën zich hier zeker gaan verzamelen.  Jonge dieren kunnen echter verdrinken in een waterbakje, het is dan dus ook af te raden om een bakje water bij de jongen te zetten.

Jonge dieren kan men dus het beste water geven met behulp van een spuitje of men sproeit ze enkele malen per week, baardagamen vinden dit fijn en men zal zien dat ze de druppeltjes van hun bekje zo aflikken.

 

 

Copyright          Location         Sitemap